Red ons Museum voor Realisme
De boeiendste en meest confronterende expositie die ik de laatste jaren heb gezien, was die van de Amerikaanse schilder Terry Rodgers in het museum van, jawel, Dirk en Boukje Scheringa. De schilderijen van Rodgers laten op een realistische wijze de decadentie van de zeer rijken uit onze tijd zien. Zoals de Spaanse schilder Velázquez in de zeventiende eeuw het Spaanse koningshuis in al zijn glorie schilderde, maar in werkelijkheid vooral de teloorgang van de Spaanse monarchie liet zien, zo schildert Rodgers de jonge, decadente jetset van nu. In harde kleuren en met scherpe lijnen krijgen we overbelicht, op grote doeken een kijkje in de wereld van glitter en glamour. Wie goed kijkt ziet echter de leegte, de immorele kilte van egoïsten die alles hebben, behalve tevredenheid en geluk.
Dat Scheringa zich de laatste jaren verrijkte met foute koopsompolissen, te hoge bonussen bedong en van voetbal houdt, wil nog niet zeggen dat hij en zijn vrouw geen gevoel voor kunst hebben.
Toch is het niet de tentoonstelling van Rodgers of mijn voorkeur voor het Realisme (niet alleen in de schilderkunst overigens), die mij motiveert om actie te voeren om het DSB museum te redden. Volksvertegenwoordigers en bestuurders mogen nooit hun persoonlijke voorkeur voor een bepaald kunstgenre leidend laten zijn bij wat wel en niet mag blijven, lees: moet worden gesubsidieerd.
Belangrijkste drijfveer voor mijn inspanningen voor het museum is de vrees voor het debacle van een bijna afgebouwd museum dat verandert in een bouwval, met als gevolg de aantasting van het aanzien van het dorp Opmeer en de regio. Het is ook het verdwijnen van een toeristische, recreatieve parel en het verlies van werkgelegenheid waar we wat tegen moeten doen. Mijn oproep heeft veel aandacht in de media gehad. De bereidheid van de verschillende partijen is er. In mijn gesprek met Ronald Plassterk bleek dat ook hij de actie tot afbouw en behoud van het museum ondersteunt. Het ijzer is heet, het is nu verder aan de directie van het museum om het te smeden. Ook Gedeputeerde Sascha Baggerman zal daar zeker haar best voordoen.
Onze fractie richt haar aandacht nu verder op het grote werk in het andere museum namelijk daar waar we als Provinciale Staten van Noord-Holland vergaderen. Het Provinciehuis ooit gebouwd door Henry Hope: de Scheringa van het einde van de achttiende eeuw. Op dezelfde twijfelachtige manier als bankier aan zijn miljoenen gekomen. In dit Museum van (bij tijd en wijle) Surrealisme zullen we ons inzetten voor de mensen die werkeloos of ernstig gedupeerd zijn geraakt door het wanbeleid van Scheringa.
Tijdens de algemene beschouwingen die deze en volgende maand worden gehouden vragen we ook het College vanuit de Provincie acties te ondernemen om de economie in de “Kop” en West-Friesland te stimuleren. DSB failliet, de bollensector alweer een slecht jaar, Marine loopt verder terug, isotopenproductie in Petten misschien weg, offshore minder, MKB klaagt. De Provincie moet niet afwachten maar naar vermogen bijdragen en stimuleren. Aansluiten bij de landelijke “Crisis en herstel” campagne.
De Provincie als bestuurslaag staat ter discussie. Om voor mij onduidelijke redenen, staat Wouter Bos voorop in de afbraak van de bestuurskracht van de Provincie. Door de bezuinigingen op de Rijksbijdrage wordt de Provincie beperkt in haar mogelijkheden. Het gaat er nu om te laten zien dat de Provincie er is en een actieve rol kan spelen in het bestrijden van de crisis. Zo niet, dan moeten we in de toekomst nog actie voeren om ons parlementair museum in Haarlem te redden.
Reageer
Om te reageren moet je geregistreerd zijn als MijnPvdA gebruiker.
Spelregels
Wachtwoord of Gebruikersnaam vergeten?