Stageverslag Rob Meerhof
PvdA-statenlid Rob Meerhof liep stage bij een toezichthouder op de rampenbestrijding. Zijn verslag:
Regelmatig krijgen de leden van de commissie FEPO toetsingsverslagen van crisis(beheers)plannen, rampenplannen en rampbestrijdingsplannen toegestuurd. In deze verslagen valt te lezen hoe de stand van zaken is bij gemeenten ten aanzien van de planmatige voorbereiding op de rampenbestrijding. Het gaat hierbij in het bijzonder om gemeentelijke rampenplannen en om rampbestrijdingsplannen voor locaties/objecten met extra risico’s of een mogelijk groot aantal slachtoffers.
Deze rapportages halen meestal niet de bespreekagenda. Wel geagendeerd wordt het jaarverslag van de Commissaris van de Koningin. Hierin geeft hij in het hoofdstuk Veiligheid en Rampenbestrijding rekenschap van de onder zijn verantwoordelijkheid vallende taken op dit gebied. Ook wordt er jaarlijks een bestuurlijke rapportage naar de minister van Binnenlandse Zaken gestuurd over de vorderingen bij de voorbereiding op het gebied van de rampenbestrijding door gemeenten en regio’s.
Wonend in IJmuiden, met nogal wat bedrijven met een relatief hoog risico: van ammoniak tot LPG en heel veel daartussen, heb ik een speciale interesse in dit onderwerp.
Daarom mee met Jaap Pijning, ambtenaar van het kabinet van de Commissaris van de Koningin, naar de gemeente Zijpe voor een gesprek over het rampbestrijdingsplan van Onderzoeks- en bedrijvenlocatie Petten, een object vallend onder categorie A van de Kernenergiewet.
Voorzien van een bij de geldende wetten en besluiten passend toetsingskader dat Jaap heeft gelegd naast het rampbestrijdingsplan, met in de kolom “zienswijze provincie” zijn kritische kanttekeningen, gingen we in gesprek met Wout Buteijn en Paulien Kaufmann. Wout werkt voor het veiligheidsbureau van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Paulien werkt voor het gemeenschappelijke veiligheidsbureau van de gemeenten Zijpe, Anna Paulowna en Schagen als ambtenaar Rampenbestrijding voor de gemeente Zijpe en Anna Paulowna.
Het toetsingskader was vooraf toegestuurd. Hierdoor kon de lange lijst goed worden afgewerkt.
Tijdens het overleg bleek Jaap voor de provincie twee rollen te vervullen.
Vooral was hij de deskundige buitenstaander die onvolkomenheden, onduidelijkheden en vanzelfsprekendheden (voor de opstellers, maar niet voor mogelijke gebruikers) signaleerde en suggesties deed voor verbetering.
Maar ook was Jaap de strenge toezichthouder die belangrijke zaken, die nu nog niet helemaal in orde zijn, benoemt, het commentaar registreert, maar die deze verbeterpunten wel formeel vastlegt in een brief van de Commissaris van de Koningin aan de Burgemeester omdat het hier om een rampbestrijdingsplan gaat. Bij de toetsing van rampen-of crisisplannen sturen Gedeputeerde Staten een brief aan de colleges van Burgemeester en Wethouders die deze plannen hebben vastgesteld.
Aan de orde kwamen zaken als: er komt een melding binnen van een incident. Wie beslist op welke schaal van inzet het incident wordt aangepakt? Blijkt uit het rampbestrijdingsplan wie hiertoe de bevoegde persoon is?
Ook naar het inzicht in beleidsmatige dilemma’s die zich kunnen voordoen bij een incident wordt gevraagd. Zo moeten er afwegingen gemaakt worden tussen enerzijds zoveel mogelijk blussen om een incident snel tot een einde te brengen en anderzijds het risico dat blussen kan hebben door verontreiniging van het oppervlaktewater.
Ook aan de orde zijn vragen als: “is in het bestrijdingsplan rekening gehouden met duizenden toeristen die in de zomer aanwezig zijn en kan een ieder kennis nemen van het rampbestrijdingsplan?”
Op een efficiënte wijze vond in een gesprek tussen mensen die op de hoogte zijn van de situatie in de regio een toets plaats. In de formele “toetsingsbrief” worden punten voor verbetering vastgelegd en meestal gekoppeld aan een termijn. Hierop kan dan bij volgende toetsing worden teruggekomen.
Die volgende toetsing zal niet meer door de provincie gebeuren.
De Wet Veiligheidsregio’s brengt hierin verandering. Zowel het toezicht op de planmatige voorbereiding van hulpverleningsdiensten en gemeenten, als op de veiligheidsregio’s (samenwerkingsverbanden van gemeenten) gaat naar de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.
De Commissaris van de Koningin houdt wel een rol als adviseur van de Minister. Dit zal vooral spelen wanneer de Inspectie tekortkomingen constateert in de taakuitvoering door de veiligheidsregio en de Minister zich hierdoor genoodzaakt ziet om een “interventietraject” te starten.
De Minister kan de Commissaris van de Koningin als rijksorgaan vragen om te adviseren over de oorzaak van de geconstateerde problemen en de te nemen maatregelen. Vervolgens adviseert de Commissaris van de Koningin de Minister over het maken van afspraken met de regio, het te voeren overleg of een te geven aanwijzing.
De Commissaris van de Koning behoudt de mogelijkheid om, bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, o.a. de voorzitter van de veiligheidsregio, aanwijzingen te geven over het te voeren beleid ten aanzien van rampenbestrijding of crisisbeheersing.
De provincie blijft wel verantwoordelijk voor het beheren van de risicokaarten.
Deze risicokaarten waarop 13 van de 18 ramptypen kunnen worden ingevoerd, waaronder die van bedrijven met gevaarlijke stoffen, zijn van belang bij de risico-inventarisatie door gemeenten, maar ook als aanvullend voorlichtingsinstrument naar burgers en hulpverleners.
Ter afsluiting.
Er is veel aan het veranderen in de rampenbestrijding. Jaap en zijn collega’s zullen straks niet meer de provincie in gaan met suggesties en adviezen over de ramp(bestrijdings)plannen. Deze functie, maar ook die van het formele toezicht, wordt door anderen overgenomen.
Wat blijft zijn de risicokaarten en een ondersteuning van de Commissaris bij diens rol als adviseur en bij het uitoefenen van diens bevoegdheden als rijksorgaan wanneer er daadwerkelijk sprake is van een ramp.
Dankzij Wout, Paulien en Jaap heb ik gezien hoe het nu werkt en ga ik des te kritischer kijken naar het invoeren van de nieuwe wetgeving.
Ook het volgende verslag van de Commissaris van de Koningin zal ik ongetwijfeld met andere ogen lezen.